zaterdag, december 02, 2006

Once in a lifetime.

Er was een kruispunt zonder stoplicht. Wel waren er haaietanden, en wachtende auto's van links. Ik had haast, moest nog zoveel voor ik mij als zorgzame moeder bij Lyka's school kon aandienen, en bovendien werd ik afgeleid door een van links naar rechts zwalkende Amerikaan met weinig gevoel voor Nederlandse drukke wegen. Kort draaide ik mijn hoofd richting de wachtende auto's. Stonden ze nog stil? Dan kon ik veilig rijden, naar rechts draaien, voor hen op de rijbaan komen, en zo vermijden kostbare minuten te wachten tot ze langzaam optrekken voorbij zouden snorren.

Ik zag haar pas toen ze de voorkant van Taya raakte. Schuin, aan de linkerkant. Gekomen van dat fietspad langs die wachtende rij auto's. Waarschijnlijk door dat net groen geworden sfietslicht, daar naast die auto's waar ik mijn blik op had gericht. Dat licht wat altijd net iets eerder groen wordt als dat van die auto's.

Piepende remmen, schurend metaal. Oranje brommer en een slappe gestalte die om en om rolde over de straat. Hart in mijn keel.

Ze had niets. Of liever, zo goed als niets. Ik struilde over duizend excuses, gaf mezelf een mentale schop onder de kont; "jij idioot!..." terwijl ik mijn auto aan de kant zette en haar met brommer en al aan de kant en op de bijrijdersplaats hielp. Ze wist nog welke dag het was, wie er president, ahum, koningin was, en haar adres aan mij te vertellen, zodat ik haar thuis kon brengen. Ik liet mijn naam en telefoonnnummer achter, struikelde opnieuw over excuses, belde de school dat ze Lyka op moesten vangen. Vroeg haar hoe het ging met de pijnlijke knie en pols, meldde dat ik het wilde horen als ze wisten hoe het stond met de schade.

Pas stilstaand bij het tankstation -zelfs met haast kom je niet bij school zonder benzine- kwam mijn hart weer in beweging. Mijn rationele deel die zei dat het iedereen een keer kan overkomen, dat niemand alziend is en dat ik echt niet te hard reed streed met het emotionele deel dat diep diep, zeer diep boete wilde doen en alle voortgang aangaande mijn slachtoffer op de voet wilde volgen. Trillend haalde ik Lyka op, stuurde Nanne een sms. De school informeerde voorzichtig of ik wel ok was. Ja, ik was OK, zelfs Taya had, zo op het eerste oog, helemaal niets.

Samen met Lyka zocht ik een doos chocolade uit. Ging op zoek naar het huis waar ik haar -het meisje, daar ik niet eens wist hoe ze heette- had afgezet. Har moeder deed open. Ze waren toch maar naar de eerste hulp geweest. De knie ging beter worden, de pols ook, wel genoeg rust nemen. Ze begreep het allemaal, mijn excuses. Bedankte me, voor de attentheid, de chocola. Vroeg nog wat over verzekeringsgegevens en bedankte me, uit naam van haar dochter, opnieuw voor de chocola.

Gek toch.
Al dat begrip is fijn hoor, maar absoluut onwenselijk in mijn gevoel van boetedoening...

1 opmerking:

g. zei

ok,
gelezen
wie of wat is Taya ook al weer eens