Goed idee van mij, om stoofvlees te maken. Nanne vanavond toch niet thuis, meer voor mij.
Goed idee ook, om dat vroeg klaar te maken, heb om drie uur een afspraak dus had nu tijd.
Ik had de pollepel in de pan gelaten. Die stond nu open, maar ik ging toch alleen maar heel even een kort logje pennen...
Iemand voor versteend rundvlees?
woensdag, november 05, 2008
Babies 101.
Moreno is een wolk van een vent.
Al ruim een kilo aangekomen, wat heel netjes schijnt te zijn voor pasgeboren baby's, vier centimeter gegroeid en vooral erg druk met dat wat alle baby's doen; huilen, drinken, slapen, jezelf en je ouders onderspugen/plassen/poepen en diezelfde ouders week maken door ze veel en lang aan te staren met diepblauwe ogen.
Nanne ging na vier dagen weer aan het werk, en ik had acht weken zwangerschapsverlof genomen van vrijwilligerswerk en vereniging. Na een week wilde ik al weer aan het werk.
's Ochtends zeven uur gaat de wekker. Moreno is dan nog niet wakker, maar dat komt snel genoeg als hij ons van de trap hoort strompelen. Nanne denkt de tafel terwijl ik mijn ventje de fles geef. Mijn ventje gaat in de box terwijl wij eten. Mijn ventje is ongelukkig in de box terwijl wij eten. Wij leren zowel tegen huilende baby's te kunnen als brood te snijden met één hand.
Nanne gaat naar zijn werk. Ik leg onze man in de box en ruim de tafel af terwijl ik doe alsof ik niet hoor hoe graag hij eruit wil. Koppigheid is aangeboren, ik weet het zeker. Ik knuffel hem een half uurtje terwijl ik het Goedemorgen Nederland kijk. Dan moeten we ons klaar gaan maken om boodschappen te gaan doen. Ik rijd de scootmobiel uit zijn schuurtje en haak de fietskar erachter. Duikel een draagzak en een dekenzak op uit een la en steek mijn zoon in zijn jas en muts -hij zou het eens koud mogen krijgen- voor ik hem naar buiten draag. Eenmaal daar blijkt er een kat in de fietskar te zijn gaan liggen, die ik er eerst uit moet wurmen voordat mijn wurm erin kan. Na een half uur zijn we eindelijk onderweg naar de Aldi, alwaar alles in omgekeerde volgorde herhaald wordt (fietskar afkoppelen, kind uit kar, kind in draagzak, draagzak om, nee wacht, eerst jas uit dan draagzak om, fietskar vergeten op slot te zetten, -je wilt niet dat tweehonderd euro en je enige manier om met je vent boodschappen te doen worden gejat- , Aldi in) en we langer bezig zijn met heen en weer rijden dan met de daadwerkelijke boodschappen. Maar hey, ik wilde kinderen. Daarbij zat ik in de Wajong en heb ik de hele dag toch niet te doen. Toch?
Na het thuiskomen ga ik opnieuw de fles maken. Moreno ligt veilig in de box en laat duidelijk merken dat het wacht-gen niet iets is waar hij mee is geboren. Ik denk dat ie op mij lijkt. Ik geef de fles, waar hij nu eigenlijk helemaal geen zin meer in heeft. Halverwege valt hij in slaap, waarna ik denk even zelf iets te gaan eten. Zodra ik in de keuken sta en thee inschenk wordt hij wakker. Ik smeer in sneltreinvaart boterhammen en ga achter de computer eten, naast de box, zodat ik elke anderhalve hap over zijn buikje kan aaien.
Als hij dan eindelijk slaapt, dan ga ik, zoals zoveel andere moeders, niet zelf rustig op de bank zitten, -God weet dat ik het verdien- nee, dan ga ik flesjes uitkoken, de was ophangen en bedrijven bellen, zolang houdt hij dat slapen vast niet vol.
Als hij na een uur wakker wordt wil hij opnieuw een fles, wat niet mag want er is nog geen twee uur om. Had hij die andere maar leeg moeten drinken. Meneer begrijpt daar duidelijk niets van en wenst gewiegd en geknuffeld en geschommeld te worden om het tot drie uur uit te houden. Ik vouw de was op met hem op schoot, en bel met papa Nanne terwijl hij tegen me aan hangt. Precies dat is het moment dat meneer uitkiest om alle melk van twaalf uur er weer uit te gooien. Ach, het was nu toch bijna half drie, dus nadat ik hem naar boven heb gesjouwd, schone kleren heb aangedaan, zijn luier en het aankleedkussen heb verschoond omdat daar nog niet op geplast was vandaag en de fles ditmaal heb opgewarmd met hem in mijn armen is het wel ongeveer drie uur en mag hij hem ook hebben.
De middag is min of meer een herhaling van de ochtend en tegen de tijd dat het avond wordt ben ik moe. Moreno daarentegen helemaal niet. Want om vijf uur begint zijn huiluurtje. Alle baby's hebben dat, zo heb ik mij laten vertellen. Soms is het een uur, maar ongeveer drie kan ook wel. Heeft iets met het verwerken van de indrukken van de dag van doen. En is bij ons tussen vijf en acht. Precies wanneer wij willen gaan eten. Omdat ik weiger te koken met een kind op de arm ligt meneer dus in de box, luidkeels te vertellen dat de dag niet ging zoals hij het wenste terwijl ik heen en weer loop tussen pannen en woonkamer om te kijken of hij zich misschien beter gaat voelen als ik hem zijn speentje geef. Tegen de tijd dat Nanne thuiskomt is het eten gaar en Tylani ook. We schuiven wat voedsel naar binnen en negeren het gehuil, heel pedagogisch verantwoord volgens de consultatiebureauwijkverpleegkundigemevrouw, wat we tien minuten volhouden. Daarna nemen we hem opschoot en eten we met één hand verder.
Na het eten dobbelen we wie de fles en wie de afwas doet. Om een uur of acht zijn we eindelijk met alles klaar en zitten met zijn drieën op de bank voor het journaal met thee en koffie. Tijdens het journaal valt Moreno op Nanne's borst in slaap, en wordt redelijk probleemloos slapend verplaatst naar de box waar hij gewoon verder slaapt. Ik knuffel een kwartiertje met mijn verloofde alvorens ik of hij om negen uur naar bed gaat. De ander blijft tot twaalf uur op, omdat dan de laatste fles gegeven wordt. Met een beetje geluk maft meneer dan gewoon verder, en als we pech hebben dat wil hij eerst nog een half uur geknuffeld op de een of andere buik of schouder voordat we heb snurkend in bed kunnen leggen. Om vier uur gaat de babyfoon af, die wordt beantwoord door degene die om negen uur naar bed is gegaan. Als alles gaat zoals gepland krijgen we zo beiden om en nabij de zes uur slaap voordat om zeven uur de wekker weer gaat.
Als ik zo het bovenstaande terug lees vraag ik me af waarom iemand ooit kinderen neemt. Je hebt nergens meer tijd voor, moet je tijd samen voortaan in drievoud aanvragen en overleggen met de agenda van schoonmoeders, alles duurt drie keer zo lang en ze kosten nog een hoop geld ook. En dan heb ik het nog niet eens gehad over het gedoe om ze op de wereld te krijgen.
Wat een manipulatieve monsters zijn het ook eigenlijk, die kinderen. Eén blik met die grote blauwe kijkers, en we zijn het allemaal vergeten...
Al ruim een kilo aangekomen, wat heel netjes schijnt te zijn voor pasgeboren baby's, vier centimeter gegroeid en vooral erg druk met dat wat alle baby's doen; huilen, drinken, slapen, jezelf en je ouders onderspugen/plassen/poepen en diezelfde ouders week maken door ze veel en lang aan te staren met diepblauwe ogen.
Nanne ging na vier dagen weer aan het werk, en ik had acht weken zwangerschapsverlof genomen van vrijwilligerswerk en vereniging. Na een week wilde ik al weer aan het werk.
's Ochtends zeven uur gaat de wekker. Moreno is dan nog niet wakker, maar dat komt snel genoeg als hij ons van de trap hoort strompelen. Nanne denkt de tafel terwijl ik mijn ventje de fles geef. Mijn ventje gaat in de box terwijl wij eten. Mijn ventje is ongelukkig in de box terwijl wij eten. Wij leren zowel tegen huilende baby's te kunnen als brood te snijden met één hand.
Nanne gaat naar zijn werk. Ik leg onze man in de box en ruim de tafel af terwijl ik doe alsof ik niet hoor hoe graag hij eruit wil. Koppigheid is aangeboren, ik weet het zeker. Ik knuffel hem een half uurtje terwijl ik het Goedemorgen Nederland kijk. Dan moeten we ons klaar gaan maken om boodschappen te gaan doen. Ik rijd de scootmobiel uit zijn schuurtje en haak de fietskar erachter. Duikel een draagzak en een dekenzak op uit een la en steek mijn zoon in zijn jas en muts -hij zou het eens koud mogen krijgen- voor ik hem naar buiten draag. Eenmaal daar blijkt er een kat in de fietskar te zijn gaan liggen, die ik er eerst uit moet wurmen voordat mijn wurm erin kan. Na een half uur zijn we eindelijk onderweg naar de Aldi, alwaar alles in omgekeerde volgorde herhaald wordt (fietskar afkoppelen, kind uit kar, kind in draagzak, draagzak om, nee wacht, eerst jas uit dan draagzak om, fietskar vergeten op slot te zetten, -je wilt niet dat tweehonderd euro en je enige manier om met je vent boodschappen te doen worden gejat- , Aldi in) en we langer bezig zijn met heen en weer rijden dan met de daadwerkelijke boodschappen. Maar hey, ik wilde kinderen. Daarbij zat ik in de Wajong en heb ik de hele dag toch niet te doen. Toch?
Na het thuiskomen ga ik opnieuw de fles maken. Moreno ligt veilig in de box en laat duidelijk merken dat het wacht-gen niet iets is waar hij mee is geboren. Ik denk dat ie op mij lijkt. Ik geef de fles, waar hij nu eigenlijk helemaal geen zin meer in heeft. Halverwege valt hij in slaap, waarna ik denk even zelf iets te gaan eten. Zodra ik in de keuken sta en thee inschenk wordt hij wakker. Ik smeer in sneltreinvaart boterhammen en ga achter de computer eten, naast de box, zodat ik elke anderhalve hap over zijn buikje kan aaien.
Als hij dan eindelijk slaapt, dan ga ik, zoals zoveel andere moeders, niet zelf rustig op de bank zitten, -God weet dat ik het verdien- nee, dan ga ik flesjes uitkoken, de was ophangen en bedrijven bellen, zolang houdt hij dat slapen vast niet vol.
Als hij na een uur wakker wordt wil hij opnieuw een fles, wat niet mag want er is nog geen twee uur om. Had hij die andere maar leeg moeten drinken. Meneer begrijpt daar duidelijk niets van en wenst gewiegd en geknuffeld en geschommeld te worden om het tot drie uur uit te houden. Ik vouw de was op met hem op schoot, en bel met papa Nanne terwijl hij tegen me aan hangt. Precies dat is het moment dat meneer uitkiest om alle melk van twaalf uur er weer uit te gooien. Ach, het was nu toch bijna half drie, dus nadat ik hem naar boven heb gesjouwd, schone kleren heb aangedaan, zijn luier en het aankleedkussen heb verschoond omdat daar nog niet op geplast was vandaag en de fles ditmaal heb opgewarmd met hem in mijn armen is het wel ongeveer drie uur en mag hij hem ook hebben.
De middag is min of meer een herhaling van de ochtend en tegen de tijd dat het avond wordt ben ik moe. Moreno daarentegen helemaal niet. Want om vijf uur begint zijn huiluurtje. Alle baby's hebben dat, zo heb ik mij laten vertellen. Soms is het een uur, maar ongeveer drie kan ook wel. Heeft iets met het verwerken van de indrukken van de dag van doen. En is bij ons tussen vijf en acht. Precies wanneer wij willen gaan eten. Omdat ik weiger te koken met een kind op de arm ligt meneer dus in de box, luidkeels te vertellen dat de dag niet ging zoals hij het wenste terwijl ik heen en weer loop tussen pannen en woonkamer om te kijken of hij zich misschien beter gaat voelen als ik hem zijn speentje geef. Tegen de tijd dat Nanne thuiskomt is het eten gaar en Tylani ook. We schuiven wat voedsel naar binnen en negeren het gehuil, heel pedagogisch verantwoord volgens de consultatiebureauwijkverpleegkundigemevrouw, wat we tien minuten volhouden. Daarna nemen we hem opschoot en eten we met één hand verder.
Na het eten dobbelen we wie de fles en wie de afwas doet. Om een uur of acht zijn we eindelijk met alles klaar en zitten met zijn drieën op de bank voor het journaal met thee en koffie. Tijdens het journaal valt Moreno op Nanne's borst in slaap, en wordt redelijk probleemloos slapend verplaatst naar de box waar hij gewoon verder slaapt. Ik knuffel een kwartiertje met mijn verloofde alvorens ik of hij om negen uur naar bed gaat. De ander blijft tot twaalf uur op, omdat dan de laatste fles gegeven wordt. Met een beetje geluk maft meneer dan gewoon verder, en als we pech hebben dat wil hij eerst nog een half uur geknuffeld op de een of andere buik of schouder voordat we heb snurkend in bed kunnen leggen. Om vier uur gaat de babyfoon af, die wordt beantwoord door degene die om negen uur naar bed is gegaan. Als alles gaat zoals gepland krijgen we zo beiden om en nabij de zes uur slaap voordat om zeven uur de wekker weer gaat.
Als ik zo het bovenstaande terug lees vraag ik me af waarom iemand ooit kinderen neemt. Je hebt nergens meer tijd voor, moet je tijd samen voortaan in drievoud aanvragen en overleggen met de agenda van schoonmoeders, alles duurt drie keer zo lang en ze kosten nog een hoop geld ook. En dan heb ik het nog niet eens gehad over het gedoe om ze op de wereld te krijgen.
Wat een manipulatieve monsters zijn het ook eigenlijk, die kinderen. Eén blik met die grote blauwe kijkers, en we zijn het allemaal vergeten...
zaterdag, november 01, 2008
Resumerend.
Zo terugkijkend op bijna zes weken Moreno kom ik vooral achter één ding.
Dat bloggen, dat schiet er wat bij in.
Net als het e-mailen, het schrijven, bellen en afspreken.
Als het iets met letters is dan loop ik erin achter, is het iets met elektronica dan ben ik zo ver terug dat het bijgeraken me al tegenstaat.
Nog twee weken zwangerschapsverlof.
Ben benieuwd of ik daarna wél werk gedaan krijg...
Dat bloggen, dat schiet er wat bij in.
Net als het e-mailen, het schrijven, bellen en afspreken.
Als het iets met letters is dan loop ik erin achter, is het iets met elektronica dan ben ik zo ver terug dat het bijgeraken me al tegenstaat.
Nog twee weken zwangerschapsverlof.
Ben benieuwd of ik daarna wél werk gedaan krijg...
vrijdag, oktober 03, 2008
Een week oud.
De balans opmakend vermoed ik dat ik misschien toch iets te hard van stapel wilde lopen.
Maar zo'n raar idee is het toch niet, dat ik van mijn lijf eis dat het na een week al weer kan rennen, traplopen, thee zetten zonder te rusten, katten voeren zonder te duizelen, met zes uur slaap per nacht toekan en tussendoor alvast kan gaan beginnen met werken na vier maanden dikke buik, bekkenklachten en een bevalling...?
Ik denk dat ik toch nog maar wat weekjes op non-actief blijf.
Maar zo'n raar idee is het toch niet, dat ik van mijn lijf eis dat het na een week al weer kan rennen, traplopen, thee zetten zonder te rusten, katten voeren zonder te duizelen, met zes uur slaap per nacht toekan en tussendoor alvast kan gaan beginnen met werken na vier maanden dikke buik, bekkenklachten en een bevalling...?
Ik denk dat ik toch nog maar wat weekjes op non-actief blijf.
donderdag, september 25, 2008
Geboren!
Moreno Deneo Niki.
Mama's snelle tijger, papa's kleine vent.
Nix geen ruggeprik, gewoon jezelf in twee uur naar buiten wurmen.
Nu al eigenwijs.
Dat er geen misverstand over bestaan kan dat het een kind van ons is.
Mama's snelle tijger, papa's kleine vent.
Nix geen ruggeprik, gewoon jezelf in twee uur naar buiten wurmen.
Nu al eigenwijs.
Dat er geen misverstand over bestaan kan dat het een kind van ons is.
zaterdag, juli 19, 2008
Gevorderde gezinsplanning.
Ik ben dertig weken zwanger.
Behalve dat de kamer van ons wurm nu bijna af is houdt dat verder in dat ik:
Uit al mijn kleren ben gegroeid.
Niet meer van de trap af kan zonder mijn enorme borsten te ondersteunen.
Überhaupt niet meer zo goed van de trap af kan.
Een bijzonder kleine blaas heb, zodat ik elke twee uur naar de wc moet.
Die wc beneden is.
Niet meer werk.
Op de bank hang, waar ik behoorlijk chagrijnig van word.
Wat ik dan spui tegen Nanne.
Dat ik sowieso veel spui tegen Nanne.
Die dat dan maar moet slikken (Hij heeft tenslotte geen wurm in zijn buik).
Mijn bekken instabiel blijkt te zijn.
Waar je donders veel rugpijn van krijgt.
Waardoor ik nog minder doe.
En nog vaker naar de wc moet.
Het houdt ook in dat je mijn buik kunt zien bewegen als mijn zoon-in-wording zijn benen strekt. Dat mijn navel eruit plopt, wat ons nieuwe jonge katje waanzinnig vindt om aan te likken. Dat we heel burgerlijk muziekjes spelen bij die dikke buik. En al een kast vol hele kleine kleertjes hebben, waar ik dan af en toe 's avonds even naast sta, om alvast te proeven hoe het straks wordt.
Al met al valt het als volgt samen te vatten: Ik ben afwezig tot ons wurm het belieft eruit te komen.
Als ik zin heb, en tijd, en zin en energie dan kan ik, misschien, als het lukt, eventueel een logje pennen. Maar waarschijnlijk lig ik liever op de bank met een boek of ons nieuwste Wii spel.
En ik voel me voor de verandering niet eens schuldig.
Ik heb vakantie.
Nog zeker negen weken lang.
Behalve dat de kamer van ons wurm nu bijna af is houdt dat verder in dat ik:
Uit al mijn kleren ben gegroeid.
Niet meer van de trap af kan zonder mijn enorme borsten te ondersteunen.
Überhaupt niet meer zo goed van de trap af kan.
Een bijzonder kleine blaas heb, zodat ik elke twee uur naar de wc moet.
Die wc beneden is.
Niet meer werk.
Op de bank hang, waar ik behoorlijk chagrijnig van word.
Wat ik dan spui tegen Nanne.
Dat ik sowieso veel spui tegen Nanne.
Die dat dan maar moet slikken (Hij heeft tenslotte geen wurm in zijn buik).
Mijn bekken instabiel blijkt te zijn.
Waar je donders veel rugpijn van krijgt.
Waardoor ik nog minder doe.
En nog vaker naar de wc moet.
Het houdt ook in dat je mijn buik kunt zien bewegen als mijn zoon-in-wording zijn benen strekt. Dat mijn navel eruit plopt, wat ons nieuwe jonge katje waanzinnig vindt om aan te likken. Dat we heel burgerlijk muziekjes spelen bij die dikke buik. En al een kast vol hele kleine kleertjes hebben, waar ik dan af en toe 's avonds even naast sta, om alvast te proeven hoe het straks wordt.
Al met al valt het als volgt samen te vatten: Ik ben afwezig tot ons wurm het belieft eruit te komen.
Als ik zin heb, en tijd, en zin en energie dan kan ik, misschien, als het lukt, eventueel een logje pennen. Maar waarschijnlijk lig ik liever op de bank met een boek of ons nieuwste Wii spel.
En ik voel me voor de verandering niet eens schuldig.
Ik heb vakantie.
Nog zeker negen weken lang.
zaterdag, juni 21, 2008
Zon op zaterdag.
Wij hebben tuin.
Tuin met pas ingezaaid gras wat voor het eerste gemaaid en mooie ligusterhagen die voor het eerst gesnoeid moesten worden.
Nanne maaide het gras en ik zou proberen wat lage heg te snoeien naast de voordeur.
Elektrisch, dat wel natuurlijk.
Na tien minuten wenste mijn linkerarm niet meer boven heuphoogte te worden opgetilt. Een heggeschaar is blijkbaar best een zwaar ding. In ruil voor mijn gebrek aan medewerkung zou ik wat googlen op het verwijderen van braamstruiken. Er zat er ergens een onder het gras, en nog ergens een, of misschien wel dezelfde, liet zijn gezicht zien bij de boom en in ons nog aan te leggen bloemperkje. Er is vast iets nuttigs over, zo dachten wij, net als met het bestrijden van mieren. Iets met kokend water en spiritus of azijn ofzoiets.
...
Een braam blijkt een onuitroeibare plant.
Behalve een website van een bekend telefoonmerk kreeg ik op 'How to kill a blackberry' ruim vijfhonderdduizend hits. Waarvan de meeste iets zeggen in de trant van 'set it on fire of vergeet het maar'. De braam schijnt de meest onkruidachtige plant onder de niet onkruiden te zijn. Zelfs zevenblad -ook al zoiets naars wat teruggroeit als men ook maar een flinter wortel laat zitten- schijnt makkelijker te verwijderen te zijn. Dat groeit tenminste bij voorkeur bovengronds, zodat je kan zien wat je weg moet halen.
Terwijl Nanne mijn persoonlijke zwetende CocaCola Light model speelt met een gereedschapsgordel en een heggeschaar vraag ik me af hoe snel het gras weer terug zou groeien als we kopersulfaat of bleek zouden gebruiken op het ding. Maar ik ben toch bang dat we overblijven met de optie die de eerste tachtig fora me meldden:
Dig it out, dig it out, dig it out.
If you can't dig it out, learn to live with it.
Tuin met pas ingezaaid gras wat voor het eerste gemaaid en mooie ligusterhagen die voor het eerst gesnoeid moesten worden.
Nanne maaide het gras en ik zou proberen wat lage heg te snoeien naast de voordeur.
Elektrisch, dat wel natuurlijk.
Na tien minuten wenste mijn linkerarm niet meer boven heuphoogte te worden opgetilt. Een heggeschaar is blijkbaar best een zwaar ding. In ruil voor mijn gebrek aan medewerkung zou ik wat googlen op het verwijderen van braamstruiken. Er zat er ergens een onder het gras, en nog ergens een, of misschien wel dezelfde, liet zijn gezicht zien bij de boom en in ons nog aan te leggen bloemperkje. Er is vast iets nuttigs over, zo dachten wij, net als met het bestrijden van mieren. Iets met kokend water en spiritus of azijn ofzoiets.
...
Een braam blijkt een onuitroeibare plant.
Behalve een website van een bekend telefoonmerk kreeg ik op 'How to kill a blackberry' ruim vijfhonderdduizend hits. Waarvan de meeste iets zeggen in de trant van 'set it on fire of vergeet het maar'. De braam schijnt de meest onkruidachtige plant onder de niet onkruiden te zijn. Zelfs zevenblad -ook al zoiets naars wat teruggroeit als men ook maar een flinter wortel laat zitten- schijnt makkelijker te verwijderen te zijn. Dat groeit tenminste bij voorkeur bovengronds, zodat je kan zien wat je weg moet halen.
Terwijl Nanne mijn persoonlijke zwetende CocaCola Light model speelt met een gereedschapsgordel en een heggeschaar vraag ik me af hoe snel het gras weer terug zou groeien als we kopersulfaat of bleek zouden gebruiken op het ding. Maar ik ben toch bang dat we overblijven met de optie die de eerste tachtig fora me meldden:
Dig it out, dig it out, dig it out.
If you can't dig it out, learn to live with it.
vrijdag, juni 13, 2008
Avondje niets.
Duckjes lezen zei ik hè.
Voorlopig zit ze in vol oranje ornaat (*) met een bak popcorn op de bank Nanne om uitleg over het verschil tussen penalty's en vrij trappen te vragen...
(*) Dat is in dit geval: Nanne in oranje shirt, Lyka in orange shirt, met sjaal, oranje speldjes over een oranje elastiekje in het haar, oranje met rood en blauw-witte gezichtskleuren en oranje sokken.
Ze zijn ergens toch wel schattig hoor, zoals ze met z'n tweeën 'we gaan naar Wenen toe' meeneuriën...
Voorlopig zit ze in vol oranje ornaat (*) met een bak popcorn op de bank Nanne om uitleg over het verschil tussen penalty's en vrij trappen te vragen...
(*) Dat is in dit geval: Nanne in oranje shirt, Lyka in orange shirt, met sjaal, oranje speldjes over een oranje elastiekje in het haar, oranje met rood en blauw-witte gezichtskleuren en oranje sokken.
Ze zijn ergens toch wel schattig hoor, zoals ze met z'n tweeën 'we gaan naar Wenen toe' meeneuriën...
woensdag, juni 11, 2008
Wijsje,
U kent het begrip muziekspeeltje?
In tegenstelling tot het muziekdoosje, wat men meestal opwindt dan wel opendoet, heeft een muziekspeeltje een touwtje met een ring. Vaak hangt erboven een knuffel waar het daadwerkelijke muziekmakende onderdeel in veborgen is, zodat kleine kinderen het nog leuker vinden. Hoe dan ook komt er uit beiden muziekmakers ongeveer hetzelfde geluid; een hoog, pieperig wijsje, wat eigenlijk alleen aangenaam is voor hele kleine kinderen en ouders zo snel mogelijk weer uit de kinderkamer verbannen.
Wij kochten en Woezel en Pip muziekspeeltje.
Woezel en Pip zijn de geestelijke kinders (nu ja, hondjes) van Guusje Nederhorst, de in tweeduizendvier overleden vrouw van de zanger van Kane en 'ons aller' Roos uit Goede Tijden Slechte Tijden. Goede vriendin A. gaf ons bij twee dagen zwangerschap een blauwige knuffel cadeau, waarvan wij geen idee hadden of het om Woezel ging of Pip. Maar het idee sloeg wel aan, het waren schattige knuffels, na wat zoek en emailwerk kwamen wij erachter dat de gele Pip heet en de blauwe Woezel en zo kwamen wij aan ons muziekspeeltje. Waar inderdaad, hoge, pieperige tonen uitkomen die eigenlijk alleen voor baby's interessant horen te zijn.
...
En zo zat ik op de bank, met de knuffel op schoot, met tranen in mijn ogen te luisteren naar het tot vier keer toe voorbijkomende wijsje.
Zwangeren zijn raar.
In tegenstelling tot het muziekdoosje, wat men meestal opwindt dan wel opendoet, heeft een muziekspeeltje een touwtje met een ring. Vaak hangt erboven een knuffel waar het daadwerkelijke muziekmakende onderdeel in veborgen is, zodat kleine kinderen het nog leuker vinden. Hoe dan ook komt er uit beiden muziekmakers ongeveer hetzelfde geluid; een hoog, pieperig wijsje, wat eigenlijk alleen aangenaam is voor hele kleine kinderen en ouders zo snel mogelijk weer uit de kinderkamer verbannen.
Wij kochten en Woezel en Pip muziekspeeltje.
Woezel en Pip zijn de geestelijke kinders (nu ja, hondjes) van Guusje Nederhorst, de in tweeduizendvier overleden vrouw van de zanger van Kane en 'ons aller' Roos uit Goede Tijden Slechte Tijden. Goede vriendin A. gaf ons bij twee dagen zwangerschap een blauwige knuffel cadeau, waarvan wij geen idee hadden of het om Woezel ging of Pip. Maar het idee sloeg wel aan, het waren schattige knuffels, na wat zoek en emailwerk kwamen wij erachter dat de gele Pip heet en de blauwe Woezel en zo kwamen wij aan ons muziekspeeltje. Waar inderdaad, hoge, pieperige tonen uitkomen die eigenlijk alleen voor baby's interessant horen te zijn.
...
En zo zat ik op de bank, met de knuffel op schoot, met tranen in mijn ogen te luisteren naar het tot vier keer toe voorbijkomende wijsje.
Zwangeren zijn raar.
dinsdag, juni 10, 2008
Moeders wil is wetweg.
Vrijdag is de volgende wedstrijd.
Vrijdag is Lyka hier.
En ben ik dus outnumbered waar het het gebruik van de grote TV aangaat.
Ik zie nu al voor me hoe dat gaat.
Nanne: Lyka, kijk je mee naar voetbal vanavond?
Lyka: Hmm... Misschien... Hoe laat is dat?
Nanne: Van negen tot elf.
Lyka: Tot elf?! Tuurlijk kijk ik mee!
...
Wedden dat ze om half tien Duckjes gaat lezen...
Vrijdag is Lyka hier.
En ben ik dus outnumbered waar het het gebruik van de grote TV aangaat.
Ik zie nu al voor me hoe dat gaat.
Nanne: Lyka, kijk je mee naar voetbal vanavond?
Lyka: Hmm... Misschien... Hoe laat is dat?
Nanne: Van negen tot elf.
Lyka: Tot elf?! Tuurlijk kijk ik mee!
...
Wedden dat ze om half tien Duckjes gaat lezen...
Vrouwenlogica.
Voor degenen onder u die het misschien ontgaan is omdat u in een grot of buiten den lande woont: Er is een Europees Kampioenschap Voetbal aan de gang.
In de praktijk houdt dat in dat men niet meer naar het nieuws kan luisteren of journaal kan kijken zonder dat er zwetende mannen in korte broeken en gewassen mannen met stropdassen voorbij komen die dat wat eerdergenoemden speelden afkraken danwel goedkeuren. Dat men bij het boodschappen doen met de scootmobiel een het looppad versperrende toren van oranje vlaggen omver rijdt en bij elk tweede pak yoghurt gratis een Wuppie! mee naar huis krijgt. En dat de buren, die elkaar de rest van de andelhalf jaar tussen Ek en WK niet kunnen luchten of zien, nu eensgezind de straat omtoveren tot een waar paleis van saamhorigheids gevoel en vaderlandsliefde.
En dat is leuk.
Tenminste, als je van voetbal houdt.
Ik hou juist helemaal niet van voetbal.
Ja, van voetbal spelen, op de basisschool, of het balgedrag van mijn dochter bekijken, die op het schoolplein voetbalt. Niet de hysteria die wij hier aan het balspelletje toeschrijven. Massaal voor Studio Sport hangen om te kijken naar mannen die per uur zo veel betaald krijgen dat we er een heel continent van kunnen voeden. Om dan vervolgens met zijn allen te doen alsof we het beter kunnen en elke pas en trap analyseren op correctheid. Wat er in de praktijk op neerkomt dat we met veel bier voor een beeldscherm hangen en te pas en te onpas opmerkingen naar het scherm schreeuwen.
Nee, voetbal is zeer zeker niet mijn ding.
Nanne houdt wel van voetbal.
Onder normale omstandigheden is hij een man die zelden welke sport dan ook kijkt op televisie en al zeker geen opmerkingen naar het scherm schreeuwt, maar in het kader van 'Oranje' maakte hij graag een uitzondering. Eigenlijk had ik hem naar boven willen verbannen, onder het motto van: daar is ook een tv, jij wilt voetbal, en meer van dat soort zwangere vrouwen logica, maar toen hij eenmaal met zijn laptop -er moet ook tijdens voetbal gewerkt worden- onder de arm bij de trap stond en ik eenzaam achter de computer dreigde achter te blijven streek ik met mijn hand over mijn hart. Kijk maar beneden dan. En als een kind zo blij hobbelde hij naar de breedbeeld.
Ik kan me slecht afsluiten.
Niet dat ik, als ik dat wel had gekund, had kunnen vermijden dat ik vandaag via mijn altijd aan zijnde radioverbinding met Hilversum of het locale roddelcircuit -ons buurjongetje- te weten zou zijn gekomen dat het drie-nul voor ons werd, maar dat terzijde.
Nanne is stiekem best schattig zo met dat voetbal.
Hij heeft de Teigertje uit de gang meegenomen om iets oranje in de auto te hebben.
En vroeg me, heel voorzichtig, of ik het erge geldverspilling zou vinden als hij toch iets 'echt' oranjes zou gaan kopen om aan de wereld te laten zien dat hij met zijn hoofd in Zwitserland zit.
Iets zegt me dat ik hem gewoon beneden ga laten zitten tot het allemaal voorbij is.
In de praktijk houdt dat in dat men niet meer naar het nieuws kan luisteren of journaal kan kijken zonder dat er zwetende mannen in korte broeken en gewassen mannen met stropdassen voorbij komen die dat wat eerdergenoemden speelden afkraken danwel goedkeuren. Dat men bij het boodschappen doen met de scootmobiel een het looppad versperrende toren van oranje vlaggen omver rijdt en bij elk tweede pak yoghurt gratis een Wuppie! mee naar huis krijgt. En dat de buren, die elkaar de rest van de andelhalf jaar tussen Ek en WK niet kunnen luchten of zien, nu eensgezind de straat omtoveren tot een waar paleis van saamhorigheids gevoel en vaderlandsliefde.
En dat is leuk.
Tenminste, als je van voetbal houdt.
Ik hou juist helemaal niet van voetbal.
Ja, van voetbal spelen, op de basisschool, of het balgedrag van mijn dochter bekijken, die op het schoolplein voetbalt. Niet de hysteria die wij hier aan het balspelletje toeschrijven. Massaal voor Studio Sport hangen om te kijken naar mannen die per uur zo veel betaald krijgen dat we er een heel continent van kunnen voeden. Om dan vervolgens met zijn allen te doen alsof we het beter kunnen en elke pas en trap analyseren op correctheid. Wat er in de praktijk op neerkomt dat we met veel bier voor een beeldscherm hangen en te pas en te onpas opmerkingen naar het scherm schreeuwen.
Nee, voetbal is zeer zeker niet mijn ding.
Nanne houdt wel van voetbal.
Onder normale omstandigheden is hij een man die zelden welke sport dan ook kijkt op televisie en al zeker geen opmerkingen naar het scherm schreeuwt, maar in het kader van 'Oranje' maakte hij graag een uitzondering. Eigenlijk had ik hem naar boven willen verbannen, onder het motto van: daar is ook een tv, jij wilt voetbal, en meer van dat soort zwangere vrouwen logica, maar toen hij eenmaal met zijn laptop -er moet ook tijdens voetbal gewerkt worden- onder de arm bij de trap stond en ik eenzaam achter de computer dreigde achter te blijven streek ik met mijn hand over mijn hart. Kijk maar beneden dan. En als een kind zo blij hobbelde hij naar de breedbeeld.
Ik kan me slecht afsluiten.
Niet dat ik, als ik dat wel had gekund, had kunnen vermijden dat ik vandaag via mijn altijd aan zijnde radioverbinding met Hilversum of het locale roddelcircuit -ons buurjongetje- te weten zou zijn gekomen dat het drie-nul voor ons werd, maar dat terzijde.
Nanne is stiekem best schattig zo met dat voetbal.
Hij heeft de Teigertje uit de gang meegenomen om iets oranje in de auto te hebben.
En vroeg me, heel voorzichtig, of ik het erge geldverspilling zou vinden als hij toch iets 'echt' oranjes zou gaan kopen om aan de wereld te laten zien dat hij met zijn hoofd in Zwitserland zit.
Iets zegt me dat ik hem gewoon beneden ga laten zitten tot het allemaal voorbij is.
maandag, juni 09, 2008
Gevecht zonder toeschouwers.
Gister hadden wij vrienden op bezoek.
Bijkletsen enzo, over het huis, de wurm en kinderkamer, werk, vrienden.
Is Nanne eigenlijk nog steeds gestopt met roken?
Ja.
Goh. Knap hoor. Nog steeds gestopt..
Waarom vraagt niemand de zwangere vrouw hoe het staat met haar stoppoging?
Waarom vraagt niemand haar of het moeilijk is, of ze het nog vol kan houden?
Waarom complimenteerd niemand haar ermee dat ze al zo lang vecht tegen de sigaret?
Wat is dat toch voor iets, dat ik, omdat ik zwanger ben, geen moeite zou hebben met stoppen? Dat de sigaret niet lonkt, niet roept en schreeuwt? Dat ik, omdat 'het nu eenmaal slecht is', als vanzelf zestien jaar gewoonte de deur uit zet? Alsof het niets is?
Ik vecht elke dag.
Soms met succes, soms niet.
Ik rook gemiddeld een sigaret in de week, omdat ik het even niet trek, omdat ik het allemaal niet meer weet of totaal de draad en kluts kwijt ben tussen alle hormonen en zwangerschapskwalen.
En elke dag weer ga ik het gevecht aan. Met rokende collega's, vrienden. Sigaretten op straat en in de supermarkt. Peuken bij het tankstation.
Het is bijzonder zwaar.
Natuurlijk niet geholpen door mijn slippertjes, mijn zwakheden, die ene gebietste sigaret.
Maar ik vecht.
Elke dag.
Niet zozeer voor mijn wurm, maar voor mijn naam. Mijn eer. Mijn eigenwaarde.
Ik moet.
En ik zal.
Ik weet niet hoe, maar ik zal.
Ik wil.
En damn, ik verdien er credit voor!
Bijkletsen enzo, over het huis, de wurm en kinderkamer, werk, vrienden.
Is Nanne eigenlijk nog steeds gestopt met roken?
Ja.
Goh. Knap hoor. Nog steeds gestopt..
Waarom vraagt niemand de zwangere vrouw hoe het staat met haar stoppoging?
Waarom vraagt niemand haar of het moeilijk is, of ze het nog vol kan houden?
Waarom complimenteerd niemand haar ermee dat ze al zo lang vecht tegen de sigaret?
Wat is dat toch voor iets, dat ik, omdat ik zwanger ben, geen moeite zou hebben met stoppen? Dat de sigaret niet lonkt, niet roept en schreeuwt? Dat ik, omdat 'het nu eenmaal slecht is', als vanzelf zestien jaar gewoonte de deur uit zet? Alsof het niets is?
Ik vecht elke dag.
Soms met succes, soms niet.
Ik rook gemiddeld een sigaret in de week, omdat ik het even niet trek, omdat ik het allemaal niet meer weet of totaal de draad en kluts kwijt ben tussen alle hormonen en zwangerschapskwalen.
En elke dag weer ga ik het gevecht aan. Met rokende collega's, vrienden. Sigaretten op straat en in de supermarkt. Peuken bij het tankstation.
Het is bijzonder zwaar.
Natuurlijk niet geholpen door mijn slippertjes, mijn zwakheden, die ene gebietste sigaret.
Maar ik vecht.
Elke dag.
Niet zozeer voor mijn wurm, maar voor mijn naam. Mijn eer. Mijn eigenwaarde.
Ik moet.
En ik zal.
Ik weet niet hoe, maar ik zal.
Ik wil.
En damn, ik verdien er credit voor!
zondag, juni 08, 2008
Kwestie van perspectief.
Maylinn is een weekendje komen logeren.
Nanne moet studeren en ik had niets te doen zo met het mooie weer.
Wat is ze lief en super en gaaf en geweldig.
En wat heb ik spijt van mijn besluit haar naar schoonmama te brengen.
En wat mis ik haar verschrikkelijk.
Voor drie uur lang, dat is.
Tot het moment dat ze tien minuten oorverdovend jankt als ik denk handig te zijn en even de apotheek binnen loop die op de route ligt.
Zometeen gaat ze weer naar huis.
En wat mis ik haar verschrikkelijk...
Nanne moet studeren en ik had niets te doen zo met het mooie weer.
Wat is ze lief en super en gaaf en geweldig.
En wat heb ik spijt van mijn besluit haar naar schoonmama te brengen.
En wat mis ik haar verschrikkelijk.
Voor drie uur lang, dat is.
Tot het moment dat ze tien minuten oorverdovend jankt als ik denk handig te zijn en even de apotheek binnen loop die op de route ligt.
Zometeen gaat ze weer naar huis.
En wat mis ik haar verschrikkelijk...
dinsdag, mei 27, 2008
Ouderlijke verantwoordelijkheden.
Hoi Schoonmama.
Hé, dat etentje wat we eigenlijk zouden hebben de achtentwintigste, kan dat verzet? Naar de twaalfde ofzo?
- Nee, niet naar de twaalfde. Want dan vieren we N. zijn verjaardag.
Oja. Verjaardag. Dat was ik vergeten.
Erm.. *bladerblader ritselritsel* Even kijken hoor, daarna is het vakantie. Daarvoor? Nee, want jullie konden de veertiende niet. Erna dan?
Wacht, als jullie terug zijn van vakantie, woensdag de zevenentwinigste, of donderdag de achtertwintigste, dan heeft Lyka nog vrij, kunnen jullie dan?
We proberen een datum te plannen voor onze housewarming.
U weet wel, om alle mensen die ons hielpen ons huis te maken tot wat het is te bedanken door ze zelf hun eigen drank en eten mee te laten nemen naar de barbeque in onze tuin, waarin we dan hopelijk kunnen lopen omdat het gras lang genoeg is.
Alleen moet daarvoor wat geschoven worden met een etentje wat eigenlijk ook ergens rond die tijd diende plaats te vinden, dit om schoonpapa te bedanken voor ons mooie terras door van het bij schoonmama verdiende oppasgeld het restaurant te betalen.
Ik voel me een beetje zo'n door cabaretiers zo minachtend toegesproken gescheiden tweeverdiender yup die met de agenda op schoot zegt: Ik heb in tweeduizendnegen nog wel een gáátje. En vraag me af waarom Lyka toch in hemelsnaam zegt graag volwassen te willen zijn...
Hé, dat etentje wat we eigenlijk zouden hebben de achtentwintigste, kan dat verzet? Naar de twaalfde ofzo?
- Nee, niet naar de twaalfde. Want dan vieren we N. zijn verjaardag.
Oja. Verjaardag. Dat was ik vergeten.
Erm.. *bladerblader ritselritsel* Even kijken hoor, daarna is het vakantie. Daarvoor? Nee, want jullie konden de veertiende niet. Erna dan?
Wacht, als jullie terug zijn van vakantie, woensdag de zevenentwinigste, of donderdag de achtertwintigste, dan heeft Lyka nog vrij, kunnen jullie dan?
We proberen een datum te plannen voor onze housewarming.
U weet wel, om alle mensen die ons hielpen ons huis te maken tot wat het is te bedanken door ze zelf hun eigen drank en eten mee te laten nemen naar de barbeque in onze tuin, waarin we dan hopelijk kunnen lopen omdat het gras lang genoeg is.
Alleen moet daarvoor wat geschoven worden met een etentje wat eigenlijk ook ergens rond die tijd diende plaats te vinden, dit om schoonpapa te bedanken voor ons mooie terras door van het bij schoonmama verdiende oppasgeld het restaurant te betalen.
Ik voel me een beetje zo'n door cabaretiers zo minachtend toegesproken gescheiden tweeverdiender yup die met de agenda op schoot zegt: Ik heb in tweeduizendnegen nog wel een gáátje. En vraag me af waarom Lyka toch in hemelsnaam zegt graag volwassen te willen zijn...
dinsdag, mei 20, 2008
Tijd vliegt.
Het boekje begon er met een week of achttien al over.
"Zeker bij een tweede kind zal je de bewegingen nu al kunnen voelen. Als een soort vlinders in de buik"
Ik maakte me nog niet echt zorgen, misschien was ik te dik, of was Lyka te lang geleden en wist ik niet meer hoe het voelde.
Nanne vertelde dat een zwangere collega 'die van haar' al met veertien weken voelde bewegen. Veertien weken! Nu werd ik toch wel wat jaloers. Het was nog haar eerste kind ook.
Bij de echo met twintig weken was ik blij en opgelucht dat onze wurm er nog zat en alles het nog deed. De verloskundige kwam meteen met een verklaring: de placenta lag aan de voorkant. Ons mormeltje moest dus twee keer zo hard trappen voor dat ik het zou voelen als een ander. En omdat we geen kickboksertje verwachten waren wij weer gerustgesteld.
Ondertussen begon het lezen van het zwangerschaps 'je baby's groei van week tot week' boekje toch ietwat vervelend te worden. Waar het eerst nog meldde dat je je kind misschien kon voelen bewegen reptte het nu enkel over de plaats en frequentie van het trappen en draaien. En ik voelde nog niets!
Maar vorige week dacht ik toch ineens iets te voelen, daar vanbinnen.
Tegen de tijd dat ik erbij stil stond om erop te gaan letten was het natuurlijk alweer opgehouden. Toch was het duidelijk meer dan wat darmgerommel. Al was het maar omdat de momenten dat er 'iets' was toch wel steeds vaker begonnen voor te komen. Wel, om de een of andere rare reden, het vaakst als ik dubbelgevouwen op de bank zat om bij mijn glas thee te kunnen en zelden als ik op mijn rug in bed lag om eens rustig over mijn buik te aaien. Alsof onze wurm ons nu al duidelijk wil maken dat eigenwijsheid in de genen zit. Of misschien verbinden wij dat er alleen maar aan omdat een mens nu eenmaal graag verbanden zoekt. En is een dubbelgevouwen moeder voor een beetje baby wel een heel normaal moment om te denken: nu ga ik mijn beenspieren testen!
Vandaag bleek hij misschien toch een beetje kickbokser. En trapte zo hard tegen iets aan (wat zit er eigenlijk allemaal daarbinnen? En waar blijven je darmen eigenlijk als dat kind daar zit?) dat ik het aan de buitenkant kon voelen. Toch een beetje meelevend dus, dat kindje, om toch een keer te trappen terwijl mijn handen zich op de buik bevinden. Ik zat nog wel dubbelgevouwen, dit keer niet om thee maar om de afstandsbediening. dus hoe ik het regel dat Nanne dat ook voelt is me nog een raadsel.
Het vreemde van dit alles is dat het eigenlijk zorgen zou moeten wegnemen, dat trappelen. Want nu voel ik -dat mag ik aannemen- elke dag dat hij er nog zit.
Maar nee, mijn geest beschouwd dat anders. Als ik hem een tijdje niet voel ga ik me zorgen maken...
Het begrip 'tijdje' is in deze overigens heel fijn rekbaar van meerdere uren indien er drukke arbeid is tot vijftien minuten als ik rustig op de bank een poging doe te ontdekken waar mijn wurm zich ophoudt.
Dat het wel even duidelijk is dat de geest van een zwangere in elk stadium verassingen voor haar in petto heeft...
Overigens: wat die echo ons ook vertelde is dat het een manneke gaat worden. Nu ja, met vijfennegentig procent accuratesse. Dus nog even geen blauwe boxpakjes en babykamer met autotjes behang. Maar stiekem wel denken over die twee mannen namen die we nog over hebben, Nanne alvast laten wennen aan het begrip 'zijn zoon' -het is alom bekend dat kinderen in tijden van huilerige vervelendheid plotsklaps maar van één ouder zijn-, en me alvast psychisch voorbereiden op een groot hoofd... *
* Schoonmama wist haarfijn te vertellen hoe Nanne en zijn broertje allebei met buitensporig grote koppen op de wereld kwamen, terwijl zusje heel mooi en makkelijk 'ploep' eruit kwam floepen.
"Zeker bij een tweede kind zal je de bewegingen nu al kunnen voelen. Als een soort vlinders in de buik"
Ik maakte me nog niet echt zorgen, misschien was ik te dik, of was Lyka te lang geleden en wist ik niet meer hoe het voelde.
Nanne vertelde dat een zwangere collega 'die van haar' al met veertien weken voelde bewegen. Veertien weken! Nu werd ik toch wel wat jaloers. Het was nog haar eerste kind ook.
Bij de echo met twintig weken was ik blij en opgelucht dat onze wurm er nog zat en alles het nog deed. De verloskundige kwam meteen met een verklaring: de placenta lag aan de voorkant. Ons mormeltje moest dus twee keer zo hard trappen voor dat ik het zou voelen als een ander. En omdat we geen kickboksertje verwachten waren wij weer gerustgesteld.
Ondertussen begon het lezen van het zwangerschaps 'je baby's groei van week tot week' boekje toch ietwat vervelend te worden. Waar het eerst nog meldde dat je je kind misschien kon voelen bewegen reptte het nu enkel over de plaats en frequentie van het trappen en draaien. En ik voelde nog niets!
Maar vorige week dacht ik toch ineens iets te voelen, daar vanbinnen.
Tegen de tijd dat ik erbij stil stond om erop te gaan letten was het natuurlijk alweer opgehouden. Toch was het duidelijk meer dan wat darmgerommel. Al was het maar omdat de momenten dat er 'iets' was toch wel steeds vaker begonnen voor te komen. Wel, om de een of andere rare reden, het vaakst als ik dubbelgevouwen op de bank zat om bij mijn glas thee te kunnen en zelden als ik op mijn rug in bed lag om eens rustig over mijn buik te aaien. Alsof onze wurm ons nu al duidelijk wil maken dat eigenwijsheid in de genen zit. Of misschien verbinden wij dat er alleen maar aan omdat een mens nu eenmaal graag verbanden zoekt. En is een dubbelgevouwen moeder voor een beetje baby wel een heel normaal moment om te denken: nu ga ik mijn beenspieren testen!
Vandaag bleek hij misschien toch een beetje kickbokser. En trapte zo hard tegen iets aan (wat zit er eigenlijk allemaal daarbinnen? En waar blijven je darmen eigenlijk als dat kind daar zit?) dat ik het aan de buitenkant kon voelen. Toch een beetje meelevend dus, dat kindje, om toch een keer te trappen terwijl mijn handen zich op de buik bevinden. Ik zat nog wel dubbelgevouwen, dit keer niet om thee maar om de afstandsbediening. dus hoe ik het regel dat Nanne dat ook voelt is me nog een raadsel.
Het vreemde van dit alles is dat het eigenlijk zorgen zou moeten wegnemen, dat trappelen. Want nu voel ik -dat mag ik aannemen- elke dag dat hij er nog zit.
Maar nee, mijn geest beschouwd dat anders. Als ik hem een tijdje niet voel ga ik me zorgen maken...
Het begrip 'tijdje' is in deze overigens heel fijn rekbaar van meerdere uren indien er drukke arbeid is tot vijftien minuten als ik rustig op de bank een poging doe te ontdekken waar mijn wurm zich ophoudt.
Dat het wel even duidelijk is dat de geest van een zwangere in elk stadium verassingen voor haar in petto heeft...
Overigens: wat die echo ons ook vertelde is dat het een manneke gaat worden. Nu ja, met vijfennegentig procent accuratesse. Dus nog even geen blauwe boxpakjes en babykamer met autotjes behang. Maar stiekem wel denken over die twee mannen namen die we nog over hebben, Nanne alvast laten wennen aan het begrip 'zijn zoon' -het is alom bekend dat kinderen in tijden van huilerige vervelendheid plotsklaps maar van één ouder zijn-, en me alvast psychisch voorbereiden op een groot hoofd... *
* Schoonmama wist haarfijn te vertellen hoe Nanne en zijn broertje allebei met buitensporig grote koppen op de wereld kwamen, terwijl zusje heel mooi en makkelijk 'ploep' eruit kwam floepen.
donderdag, mei 15, 2008
Terugblik.
We waren pas net wakker.
Ze was door de open voordeur naar buiten gewandeld terwijl ik iets met kabeltjes en vuilnisbak deed.
Niet dat dat raar was, want we hadden een luikje, dus dat wandelen deed ze vrij vaak.
Een half uurtje later werden we gebeld door een brandweerman.
Hij had haar van de weg gehaald, ze lag daar zo alleen.
Suzy was de enige van de drie die nog een kokertje had. Of liever, van wie het kokertje nog een papiertje met onze namen bevatte. De grote en de kleine man waren die al in de eerste weken buiten spelen kwijtgeraakt. Nu waren ze gechipt, dat wel. Maar daar stond geen nummer op wat voorbijrijdende brandweermannen konden lezen.
Zelden rende ik zo snel om ons blok heen.
Maar wat ik eigenlijk al wist bleek maar al te waar.
Ons Suzy was van ons heengegaan.
Brutaal over het hoofd gereden door een automobilist met haast, want de brandweerbeller had haar enkel opgetild. Fijn voor haar waarschijnlijk, want echt geleden heeft ze waarschijnlijk niet, een katte hoofdje versus auto banden is een uitgemaakte zaak. We namen haar mee naar huis en ik moest werken.
Terwijl ik op de vereniging het klushok plunderde om een kruisje te timmeren belde ik Lyka, die snikkend in Papa P. zijn armen kroop. Moeders aan de telefoon zijn precies wat ze zijn, aan de telefoon. Papa's naast je zijn dan stukken beter.
Suzy werd begraven in onze net ingezaaide tuin.
Ze heeft een mooi grafje in dat wat het bloemen perkje gaat worden. Of de moestuin.
Hoe normaal het was om haar mee naar huis te nemen, op te stillen, in te wikkelen, zo raar was het nu om haar te begraven, zoveel uren na haar dood.
In mijn vorige-vorige huis was ze aan komen lopen. Oorspronkelijk van een van de buren geweest had ik er ineens een kat bij. Toen van de twee die ik er toen had er eentje overleed en de ander wegliep en niets meer van zich liet horen had ik enkel Suzy nog over. Maar echt close werden we niet. Waar ik mijn andere mormels had vanaf de geboorte had ik bij haar niet eens een idee hoe oud ze was. Ze was ongrijpbaar, soms aanhankelijk, soms juist helemaal niet.
Nu ze er niet meer is zie ik pas hoe dat veranderd was.
Ze liep mee naar de auto. Als enige nog met een kokertje en bel aan de halsband was er dan een tinkel-tinkel achter je aan. Soms zat ze er nog (weer?) als je terugkwam. En dan tinkel-tinkelde ze weer mee naar huis.
Ze kwam je begroeten op de wc. Daar waar ik elke ochtend als eerste heen ga en waar bovendien maar één kat tegelijk in past was ze verzekerd van mijn aandacht.
We keken misschien wat over haar heen soms. Daar waar de grote man Thyrin en de kleine Rhesi duidelijk laten merken dat ze er zijn door eten te jatten en rondjes door het huis te rennen was Suzy meer het meubilair. Een grijs kussen op de stoel. Een harig propje naast je op de bank.
We zijn nu tien dagen verder sinds haar dood.
Bijna voel ik me bezwaard om het te zeggen maar, het went.
Na een week verwacht je geen belletjes meer mee naar de auto.
Het gemis op de wc wordt opgevuld door Rhesi, waar ik elke ochtend bijna opsta omdat hij vanaf vijf uur pontificaal voor de slaapkamer deur gaat liggen.
Maar ze verdient het om gemist te worden.
En een logje te krijgen.
Herinnerd te worden.
Suzy, mijn kleine grijze muisje.
Ze was door de open voordeur naar buiten gewandeld terwijl ik iets met kabeltjes en vuilnisbak deed.
Niet dat dat raar was, want we hadden een luikje, dus dat wandelen deed ze vrij vaak.
Een half uurtje later werden we gebeld door een brandweerman.
Hij had haar van de weg gehaald, ze lag daar zo alleen.
Suzy was de enige van de drie die nog een kokertje had. Of liever, van wie het kokertje nog een papiertje met onze namen bevatte. De grote en de kleine man waren die al in de eerste weken buiten spelen kwijtgeraakt. Nu waren ze gechipt, dat wel. Maar daar stond geen nummer op wat voorbijrijdende brandweermannen konden lezen.
Zelden rende ik zo snel om ons blok heen.
Maar wat ik eigenlijk al wist bleek maar al te waar.
Ons Suzy was van ons heengegaan.
Brutaal over het hoofd gereden door een automobilist met haast, want de brandweerbeller had haar enkel opgetild. Fijn voor haar waarschijnlijk, want echt geleden heeft ze waarschijnlijk niet, een katte hoofdje versus auto banden is een uitgemaakte zaak. We namen haar mee naar huis en ik moest werken.
Terwijl ik op de vereniging het klushok plunderde om een kruisje te timmeren belde ik Lyka, die snikkend in Papa P. zijn armen kroop. Moeders aan de telefoon zijn precies wat ze zijn, aan de telefoon. Papa's naast je zijn dan stukken beter.
Suzy werd begraven in onze net ingezaaide tuin.
Ze heeft een mooi grafje in dat wat het bloemen perkje gaat worden. Of de moestuin.
Hoe normaal het was om haar mee naar huis te nemen, op te stillen, in te wikkelen, zo raar was het nu om haar te begraven, zoveel uren na haar dood.
In mijn vorige-vorige huis was ze aan komen lopen. Oorspronkelijk van een van de buren geweest had ik er ineens een kat bij. Toen van de twee die ik er toen had er eentje overleed en de ander wegliep en niets meer van zich liet horen had ik enkel Suzy nog over. Maar echt close werden we niet. Waar ik mijn andere mormels had vanaf de geboorte had ik bij haar niet eens een idee hoe oud ze was. Ze was ongrijpbaar, soms aanhankelijk, soms juist helemaal niet.
Nu ze er niet meer is zie ik pas hoe dat veranderd was.
Ze liep mee naar de auto. Als enige nog met een kokertje en bel aan de halsband was er dan een tinkel-tinkel achter je aan. Soms zat ze er nog (weer?) als je terugkwam. En dan tinkel-tinkelde ze weer mee naar huis.
Ze kwam je begroeten op de wc. Daar waar ik elke ochtend als eerste heen ga en waar bovendien maar één kat tegelijk in past was ze verzekerd van mijn aandacht.
We keken misschien wat over haar heen soms. Daar waar de grote man Thyrin en de kleine Rhesi duidelijk laten merken dat ze er zijn door eten te jatten en rondjes door het huis te rennen was Suzy meer het meubilair. Een grijs kussen op de stoel. Een harig propje naast je op de bank.
We zijn nu tien dagen verder sinds haar dood.
Bijna voel ik me bezwaard om het te zeggen maar, het went.
Na een week verwacht je geen belletjes meer mee naar de auto.
Het gemis op de wc wordt opgevuld door Rhesi, waar ik elke ochtend bijna opsta omdat hij vanaf vijf uur pontificaal voor de slaapkamer deur gaat liggen.
Maar ze verdient het om gemist te worden.
En een logje te krijgen.
Herinnerd te worden.
Suzy, mijn kleine grijze muisje.
Afscheid.
Vanmorgen was het definitief zover.
Na een paar weken aarzelen en wikken en wegen, proberen en twijfelen is het daadwerkelijk met hem gedaan.
Mijn allerlaatste broek is op een stapel richting de berging verdwenen.
Ik ben eenentwintig weken en dik.
Nu hoor ik dik te worden, dat weet ik ook wel, dat heb je asl je zwanger bent.
Broeken horen strakker te gaan zitten en een blubberbuik die door de jurkje heen puilt is heel normaal. Zelfs die tien kilo die ik erbij heb gekregen sinds het begin is redelijk volgens schema.
Mijn eetgestoorde ik vind het verschrikkelijk.
Tién kilo! Zo zwaar was ik nog niet in de tijd dat ik ik elke dag de supermarkt op de hoek leegat. Ik draag expres jurkjes en topjes waarin mijn buik goed te zien is. Dat er geen misverstand over bestaat dat er iets anders inzit dan alleen maar eten.
Mijn nuchtere ik heeft er geen mening over.
Die vraagt zich vooral af hoe ik in de tijd van Lyka dan toch zo lang bleef lopen in al mijn kleren terwijl ik toen met veel meer kilo's zeulde. Waarschijnlijk had dat iets van doen met gulpen open en oversized t-shirts.
Meestal hang ik als geheel ergens in het midden.
Zo tussen 'positiekleren zijn stom en duur' en 'als ik nu toch in de stad ben kan ik mooi bij de H&M kijken of ze nog wat leuks hebben'.
Maar de laaste broek die nog paste, dat moest toch even vermeld.
Die mijlpaal mocht niet onbesproken voorbij gaan.
Ontzettend raar eigenlijk, nu ik erover nadenk.
Want hoe vaak heb ik, als fulltime gothic rokkenmeisje, nu eenmaal broeken aan?...
Na een paar weken aarzelen en wikken en wegen, proberen en twijfelen is het daadwerkelijk met hem gedaan.
Mijn allerlaatste broek is op een stapel richting de berging verdwenen.
Ik ben eenentwintig weken en dik.
Nu hoor ik dik te worden, dat weet ik ook wel, dat heb je asl je zwanger bent.
Broeken horen strakker te gaan zitten en een blubberbuik die door de jurkje heen puilt is heel normaal. Zelfs die tien kilo die ik erbij heb gekregen sinds het begin is redelijk volgens schema.
Mijn eetgestoorde ik vind het verschrikkelijk.
Tién kilo! Zo zwaar was ik nog niet in de tijd dat ik ik elke dag de supermarkt op de hoek leegat. Ik draag expres jurkjes en topjes waarin mijn buik goed te zien is. Dat er geen misverstand over bestaat dat er iets anders inzit dan alleen maar eten.
Mijn nuchtere ik heeft er geen mening over.
Die vraagt zich vooral af hoe ik in de tijd van Lyka dan toch zo lang bleef lopen in al mijn kleren terwijl ik toen met veel meer kilo's zeulde. Waarschijnlijk had dat iets van doen met gulpen open en oversized t-shirts.
Meestal hang ik als geheel ergens in het midden.
Zo tussen 'positiekleren zijn stom en duur' en 'als ik nu toch in de stad ben kan ik mooi bij de H&M kijken of ze nog wat leuks hebben'.
Maar de laaste broek die nog paste, dat moest toch even vermeld.
Die mijlpaal mocht niet onbesproken voorbij gaan.
Ontzettend raar eigenlijk, nu ik erover nadenk.
Want hoe vaak heb ik, als fulltime gothic rokkenmeisje, nu eenmaal broeken aan?...
Nattigheid.
Ja, ik vind ook dat het lekker ruikt na een regenbui.
Maar moet je nu per sé met je ja natte pootjes weer naar binnen komen? En over mijn mooie schone bureau lopen?
Thyrin kijkt me even aan terwijl hij zijn oren wast.
Vrouwen..., zie je hem denken, het is ook nooit goed..
Maar moet je nu per sé met je ja natte pootjes weer naar binnen komen? En over mijn mooie schone bureau lopen?
Thyrin kijkt me even aan terwijl hij zijn oren wast.
Vrouwen..., zie je hem denken, het is ook nooit goed..
Blub.
Het regent, het regent,
onze pas-ingezaaide-nog-maar-net-opgekomen-grasjes worden nat.
Parasols, hoe goed zouden die tegen zomerse onweersbuitjes kunnen?
Ben duidelijk nog niet geheel gewend aan het begrip 'tuin'...
onze pas-ingezaaide-nog-maar-net-opgekomen-grasjes worden nat.
Parasols, hoe goed zouden die tegen zomerse onweersbuitjes kunnen?
Ben duidelijk nog niet geheel gewend aan het begrip 'tuin'...
donderdag, mei 08, 2008
Bevrijdingsdag.
Overreden.
Overleden.
Mijn lieve grijze poes Suzy.
Uit onbestemde oorden was ze aan komen lopen, naar onbestemde oorden ging ze heen.
Overleden.
Mijn lieve grijze poes Suzy.
Uit onbestemde oorden was ze aan komen lopen, naar onbestemde oorden ging ze heen.
Abonneren op:
Posts (Atom)